Menu Sluit
EN

“Het Leven in de Kunst is een Feestje!”

 

Tegen de muur in het atelier van Bima Engels steunen meters grote abstracte olieverfschilderijen. Daarvoor ligt een lange houten balk op twee schragen. Aan de balk wordt duidelijk gehakt. Bima loopt door de dikke laag houtsnippers die bijna de hele vloer van het atelier bedekt, tilt de balk op en zet hem aan de kant. Op de vrijgekomen schragen legt hij een ingelijste tekening, op z’n kop; zo hebben we een tafel waarop naast mijn opname apparaatje, de baklava en de croissants die hij gekocht heeft kunnen staan. We gaan beginnen.
Bima Engels praat veel en enthousiast over de Rotterdamse kunstwereld, over kunstenaars en galeries, over zijn contacten met collega’s en het delen van de liefde voor de kunst. “Het leven in de kunst is een feestje” heeft hij ooit tegen mij gezegd tijdens de presentatie van een door hem gecureerde kunstenaar voor ‘De Aanschouw’ in de Witte de Withstraat. “Een feestje dat gevierd moet worden met zoveel mogelijk collega’s in de kunst.

Nu op zijn atelier vertelt hij dat de toewijzing van een atelier door de SKAR, drie jaar geleden, ook een feestje waard was én een vermelding op zijn CV. “SKAR is een erkende organisatie en als huurder merk ik dat ik serieuzer wordt genomen in de kunstwereld. Hier ziet het er verzorgd uit, er werken serieuze kunstenaars, dat geeft support en daar heb ik veel aan. Ik heb een antikraak atelier gehad, dat was afschuwelijk, terwijl ik daar aan het werk was werd er volop afgebroken en verbouwd, het plafond kwam zo naar beneden. Dan heb je als antikraker geen rechten, echt a-sociaal. Na een maand was ik daar weg. Dat was niet te doen.
Zijn atelier ligt “diep in zuid”, zoals hij zelf zegt en verscholen tussen de kleine arbeidershuisjes van Bloemhof: “Soms bijna niet te vinden voor mijn bezoekers en wat hier binnen gebeurt is nauwelijks bekend bij de omwonenden.”
“Voor mij is mijn atelier echt mijn plek, mijn laboratorium waar ik kan werken en onderzoeken, dat kan niet thuis, zeker niet wanneer je met olieverf werkt zoals ik. Ik werk vrij groot en heb veel ruimte nodig. Nu ben ik ook nog aan het hakken in hout.” Hij gebaart naar de balk en al de houtsnippers op de vloer, “niet te doen thuis. Daar kan ik wel tekenen, dat is net als schrijven en kan je overal doen. Meestal heb ik een boekje bij me, dan kan ik mijn gedachten noteren of een tekeningetje maken.”

Ik ben een verbinder, dat is mijn kwaliteit, dat kan ik, Ik kan overal binnen stappen want er is geen verwachtingspatroon. Je kan van mij niets verwachten, ik verkeer niet in de positie om iets te kopen en ik wil er ook niet rijker van worden. Dus er is geen spanning, mensen praten veel makkelijker met je omdat je zelf kunstenaar bent en geen geld hebt. Maar ik kan misschien wel een verbinding maken. Dat zakelijke is niets voor mij. Wanneer alle kunstenaars elkaar zouden helpen krijg je meer samenwerkingen en uitwisselingen, wanneer je dat kan stimuleren… zou dat zo goed zijn.
En weet je, er zijn hier in Rotterdam grote bedrijven, zoals het Havenbedrijf en Unilever, die hebben allemaal afdelingen die over kunst gaan. Skar zou die mensen moeten uitnodigen, atelierroutes organiseren. Dat zou iemand van SKAR moeten doen, iemand die boven de partijen staat, dat is prettiger.”

“En die ‘Aanschouw’, ik was daar voor een maand curator, dat was een groot succes, want alle werken zijn verkocht en dat is allemaal voor de kunstenaars. Dat is fantastisch, dat is het mooiste. Er was zoveel publiek, ik ga zelf ook graag naar openingen, dat is heerlijk. Dan ga ik op onderzoek uit, kunstschatten proberen te vinden. Ik ken wel zo’n beetje alle galeries in Rotterdam, maar er zouden veel meer expositiemogelijkheden moeten zijn. Wat ik in mijn hoofd heb is dat kunstenaars uit allerlei verschillende ateliergebouwen met elkaar een expositie gaan maken. In een pand van SKAR. Ik hoop dat Skar ooit een keer een plek creëert als expositieruimte voor de kunstenaars, voor de huurders van Skar. Dat lijkt me fantastisch. Daar zou veel wisselwerking tussen de kunstenaars uit kunnen voortkomen. Misschien moet daar iemand van SKAR op gezet worden die dat organiseert. Ik zou dat graag zien in het centrum, of tegen het centrum aan, lekker centraal dan heb je veel aanloop. Dat heb ik in mijn hoofd.”

Hij lacht wanneer ik vraag of dat niet iets voor hemzelf is om te doen: “Nee, dat is niet aan mij want ik heb niet zo’n plek. En het is heel moeilijk hoor, heel moeilijk! Maar het zou heel goed zijn om zo de banden tussen de kunstenaars aan te halen zonder dat je daarbij de rust in elkaars atelier zou verstoren.”

Aan het eind van het gesprek lopen we naar buiten en laat Bima mij de ruimtes rondom het ateliergebouw zien: verlaten zitjes van de verschillende kunstenaars verscholen tussen het wat verwaarloosde groen. Buiten het hoge hek lijken de arbeidershuisjes van Bloemhof ook al verlaten en er is geen mens op straat.