Menu Sluit

BTW en Kleine Ondernemers regeling

Het kan zijn dat je weinig omzet hebt en dat je met de belastingdienst hebt afgesproken dat je in de kleine ondernemersregeling komt. Wat betekent dat dan voor huren met BTW?

De kleine ondernemersregeling in het kort:
Als ondernemer breng je BTW in rekening bij de klant, of hij nu een dienst van je afneemt of een kunstwerk. Die BTW moet je afdragen aan de belastingdienst. Zelf betaal je BTW over producten die je nodig hebt om je werk te kunnen doen. De BTW die je zelf betaalt heet voorbelasting. Deze BTW kan je, onder bepaalde voorwaarden aftrekken van de btw die je verschuldigd bent over je omzet. Dat is de standaard BTW-regeling.

Dus als je per jaar € 12.000 aan omzet draait, moet je daarover € 2.520 aan BTW (bij 21% BTW) in rekening brengen, en die geef je op bij de belastingdienst. Heeft het maken van het werk je € 2.000 gekost aan spullen die je ingekocht hebt, dan heb je zelf BTW betaald aan je leverancier. Dat is een bedrag van € 347,11. Die mag je aftrekken van de € 2.520 die je aan de belastingdienst zou moeten betalen. Blijft over: € 2.172,89.

Dat is, in de meest simpele bewoordingen, hoe BTW werkt.

De Kleine Ondernemersregeling wordt interessant als het bedrag dat je uiteindelijk aan de belastingdienst zou moeten betalen lager is dan € 1.345. In dat geval hoef je namelijk niets af te dragen. Is het bedrag tussen de € 1.345 en € 1.883, dan betaal je een deel van dat bedrag (hoe het precies zit, vind je op de site van de belastingdienst).

Hoe zit het dan met de huur en de Kleine Ondernemersregeling? Dat is vrij eenvoudig: als op de huur van je atelier BTW zit, is dat niet veel anders dan wanneer je materialen nodig hebt, waar je BTW over betaalt. SKAR is dan een leverancier van een dienst, de BTW die we in rekening brengen is de voorbelasting.

Een paar voorbeelden:
Stel, je huurt een atelier voor € 200,00 per maand. Dat is € 2.400 per jaar. Daarover betaal je € 504,00 aan BTW. Als we het rekenvoorbeeld van hierboven pakken, dan betekent het dat je, naast de € 2.000 aan spullen ook de kosten van het atelier meeneemt in je omzetberekening. De BTW die je mag aftrekken is dan niet meer € 347,11, maar € 347,11 + € 504,00 = € 851,11. Blijft over aan af te dragen BTW: € 1.668,89. En dat komt dan onder de norm van € 1.883, waarvan je een nog maar deel hoeft af te dragen.

Stel, tweede voorbeeld, je huurt een atelier voor € 400,00 per maand. Dat is € 4.800 per jaar. Daarover betaal je € 1.008,00 aan BTW. Als we het rekenvoorbeeld van hierboven pakken, dan betekent het dat je, naast de € 2.000 aan spullen ook de kosten van het atelier meeneemt in je omzetberekening. De BTW die je mag aftrekken is dan niet meer € 347,11, maar € 347,11 + € 1008,00 = € 1.355,11. Blijft over: € 1.164,89. En dat komt dan onder de norm van € 1.345, waardoor je niets hoeft af te dragen.

In deze voorbeelden heeft het betalen van BTW over je huur geen nadelige gevolgen voor je als je in de kleine ondernemersregeling zit. Anders is het, als je kosten hoger zijn dan je inkomsten. Maar dan heb je, met of zonder kleine ondernemersregeling, sowieso een lastige situatie.
Zie ook wikipedia

Vrijgesteld van administratieve verplichtingen
Een andere zaak wordt het als je als kleine ondernemer ontheffing aangevraagd heb voor administratieve verplichtingen. In dat geval doe je geen BTW-aangifte meer en mag je dat ook niet factureren. In dat geval zijn – in het voorbeeld van hierboven – je inkomsten nog steeds € 10.000, maar kan je de BTW over de spullen die je gekocht hebt, en de huur van het atelier, niet meer aftrekken, en stijgen de kosten dus feitelijk met 21%.